Verhalen uit de pits – The early days

De komende tijd ga ik af en toe wat verhalen en anekdotes op deze site plaatsen over de kart historie vanaf medio vijftiger jaren tot ongeveer het begin van de jaren tachtig. Ik zal het zo nu en dan ook wel eens over de hedendaagse kartsport hebben, maar dan vaak weer verwijzend naar de historie ervan.

Karten zoals we het nu kennen
Aan het begin van de tachtiger jaren begon het plastiek tijdperk en ging men bodywork (spoilers en sidepods) op de kart  plaatsen omdat de commercie dat zo wilde, waar later o.a het fenomeen Indoorkarting weer uit voortvloeide. Een plek die het mogelijk maakte om iedereen op een laagdrempelige manier met karting kennis te laten maken. Wie de eerste kart heft gebouwd weet niemand. Zolang er auto’s en motoren bestaan zal er op diversen plaatsen in de wereld wel eens iets dergelijks in elkaar zijn geknutseld.

Italiaanse zeepkisten
Mijn vader kende voor de tweede wereldoorlog al iemand die een zeepkistachtig gemotoriseerd ding had gebouwd voor zijn zoon. Ook is er bewegend beeldmateriaal van een aantal Italiaanse studenten die van scooter onderdelen een soortgelijk iets bouwde. Nu ik het toch over Italië heb, ligt daar toch wel de bakermat voor de kartsport in Europa en hebben ze tot op vandaag nog een groot marktaandeel in deze sector.

De oorsprong
We gaan terug naar de oorsprong van de kart. Officieel ging de eer  naar de Amerikaan Art Ingels die een goedkoop racewagentje wilde bouwen met als aandrijving de motor van een grasmaaier. Een jaar later (1957) deed Art’s vriend  Duffy Livingstone dit kunstje ook en hij leverde als eerste voor ruwweg  150 dollar seriematig racewagentjes in de vorm van een bouwpakket die “Go Karts” werden genoemd.

Skeltervirus wordt kartvirus
Het kart virus, of moet ik zeggen het “skelter” virus, sloeg eind jaren vijftig ook in Nederland toe. Mensen als o.a. Boy Klasser (Hacar) en Evert Bos (Landia) behoorden tot die groep pioniers. Onder andere deze twee mannen hebben een belangrijke stempel gedrukt in de ontwikkeling van de kartsport in Nederland en ook daar buiten. Boy Klasser was één van eerste  die een kartcircuit exploiteerde, eerst in Bodegraven en later de nu nog steeds bestaande kartbaan in Driebergen. Constructeur Evert Bos uit  De Meern bouwde vanaf eind jaren vijftig tot medio tachtiger jaren honderden racekarts die nationale en internationale successen kende, maar vervaardigde ook veel huurkarts voor buitenbanen en attractieparken.

De romantiek van het karten
Circuits waren er in de begin jaren nog niet en regelgeving evenmin. Toen dit laatste enige vorm begon te krijgen begon men hier en daar wedstrijden te organiseren, men zocht hiervoor zijn toevlucht op sintelbanen die voor de atletiek werden gebruikt en hier en daar werd een parkeerplaats of zelfs een stukje vliegveld onveilig gemaakt. Ook werden er straatraces georganiseerd, gewoon midden in een dorp. Met honderden strobalen en dranghekken werd het parcours afgebakend. Men kende op dat moment nog geen verkeersdrempels, maar wel straatklinkers. Stoepranden en te hoge spekgladde putdeksels behoorden tot je directe tegenstanders en waren de killers van je materiaal.

Het rennerskwartier
Toendertijd had je geen gezeur over milieu- en geluidsoverlast en de plaatselijke middenstand was mede sponsor van het evenement. De speaker zorgde ervoor dat de namen van de deelnemers veelvuldig werden genoemd en de slager stelde een metworst  beschikbaar voor de winnaar, de poelier een ongevild konijn voor de mooiste kart en de schoenmaker nieuwe zolen voor de pechvogel van de dag. Het rennerskwartier was op het kerkplein en in de omliggende straten. Inschrijven deed je bij het plaatselijk café met pluche kleedjes op de tafels en de lucht van sigaren en verschraald bier. Aan het eind van de dag ging de kart in de kofferbak of op de imperiaal en was het patat eten en naar huis.

Is er veel veranderd?
Wat hierboven staat geschreven gebeurde allemaal vanaf het eind van de vijftiger jaren. Dat klinkt als lang geleden, maar is dat ook zo? Is er eigenlijk veel veranderd sinds het eerste uur? Daar kan ik ja en nee op antwoorden. De eerder genoemde straatrace die is er niet meer, er is nog wel eens een poging gedaan op een industrieterrein. Maar een industrieterrein mist toch de charme van het dorp, alleen de beleving in de kart die is er op dat moment nog steeds. Natuurlijk zijn de snelheden de afgelopen jaren omhoog gegaan, de materialen verbeterd en is karting uitgegroeid tot een ware wetenschap. Maar het is nog steeds een chassis met een stuurtje, een stoeltje, vier wielen, twee pedalen en een motor erop. Net als vroeger! Daarbij zit je heerlijk in de openlucht en laag bij de grond. Deze laatste twee gegevens staan garant voor de kick van het karten.  Die beleving was er niet alleen toen, maar bestaat nog steeds, zelfs in de indoor kart.

Mercedes SLS AMG bij de Kartfabrique
101.TV Dronken karten
Betalingsmogelijkheden
Reviews
Kartfabrique